Emerging Body Language (EBL)

Emerging Body Language (EBL) heeft een visie die voortgekomen is uit praktijk en onderzoek in multiculturele kinderopvang en beeldende creatieve therapie in verschillende situaties en culturen. EBL is een manier van doen die uitgaat van wat er is. Van wat er in en om ons is. Van hoe effectief dat is, om onszelf te zijn en te worden, in onze situatie.

Gewoonlijk gebeurt dat Vanzelfzwijgend. Al doende ontstaan interactievormen tussen ouders, Pasgeborenen of adolescenten. Ook al weten kinderen en ouders niet wat ze moeten worden, een vage notie van gelukkig zijn en meekunnen in hun maatschappij geeft hen voldoende houvast om hun ontwikkeling als ouder en kind (mensen) te kunnen laten ontstaan en vorm te kunnen geven.

Interactievormen worden Interactie-structuren

In de dagelijkse omgang van ouders/verzorgers met hun kinderen van nul tot vijf jaar, zijn over de hele wereld veel overeenkomstige interactiepatronen gevonden. In de methode EBL zijn daarvan vijf motorische interactiepatronen – die uit elkaar ontstaan – op uiterst nauwkeurige wijze in kaart gebracht in vijf EBL Interactie-structuren: Afstemming, Beurtwisseling, Uitwisseling, Speldialoog en Taak/Thema. Ze komen terug in alle onderdelen van EBL.

De methode EBL focust op het laten ontstaan en behouden van de vijf EBL Interactie-structuren

De EBL Interactie-structuren ontstaan gewoonlijk in opeenvolgende Fasen tussen 0 en 5 jaar. Daarna vormen ze Lagen; een basis van waaruit en waarmee interacties met zichzelf, anderen, dingen en situaties benaderd en ervaren worden.

Onderdelen van de methode EBL

De methode EBL heeft de volgende onderdelen: de EBL-visie, het Basisboek Lichaamstaal, de RS-matrix, de RS-gedragselementenlijst en de RS-index, EBL-Persoonlijk profiel. De EBL-visie gaat uit van respect voor het unieke in ieder mens en het unieke van hun interacties met elkaar en met hun omgeving. Het is een HOE benadering die telkens weer kan ontstaan aan alle dagelijkse activiteiten.

Het Basisboek Lichaamstaal (Rutten-Saris, 1990) beschrijft de dagelijkse motorische interactieontwikkeling van kinderen tussen 0 en 5 jaar. Van lichaamstaal naast verbale taal en tot verbale taal. Ieder begrip wordt herkenbaar door voorbeeldfoto’s. De RS-matrix is een frame (een zeef) voor diagnose en behandeling waarmee dagelijkse activiteiten, specifieke EBL-interacties en EBL-interventies vooraf gepland en achteraf geëvalueerd kunnen worden.

De RS-gedragselementenlijst is een diagnostisch instrument met een notatielijst van de motorische interactieontwikkeling. Bestemd voor een EBL-assessment van video-opnamen.De RS-index is een diagnostisch instrument met een notatielijst van grafische elementen en (teken)bewegingen. Bestemd voor een EBL-assessment van tekeningen.

Het Persoonlijk EBL-profiel is de eigen combinatie, het eigen patroon van Interactie-structuren zoals dat in iemands leven ontstaat.

Toepassing van de EBL-methode

Uniek aan de EBL methode is dat het Persoonlijk EBL-profiel en de EBL-interventies naadloos op elkaar aansluiten omdat alle onderdelen van EBL in de EBL Lagen A t/m E en in de vijf Interactie-structuren geformuleerd zijn.De EBL methode is een HOE-methode die telkens weer kan ontstaan aan dagelijkse activiteiten.

In een integratie tussen het WAT (de inhoud en methodiek van het eigen beroep) en het HOE (de EBL-interventies die Interactie-structuren laten ontstaan) kunnen andere disciplines (opvoeders, therapeuten, leerkrachten, groepswerkers, loopbaanbegeleiders en personeelswerkers) hun beroep op hun manier in afstemming met elkaar uitvoeren.

Het proefschrift van dr. M.J. Rutten-Saris (2002): The RS-index; a Diagnostic Instrument for the Assessment of Interaction-structures in Drawing (2002) is de standaard van de methode EBL.